donderdag 18 maart 2010

Tanken in de lucht

De hele week verheug ik me er al op dat ik een F16 mag gaan bijtanken in de lucht. Maar als ik vol goede moed op het enorme tankvliegtuig af stap en me voorstel dat ik daarin straks op grote hoogte een F16 bij ga tanken, krijg ik het toch een beetje benauwd.

Maar ik laat me natuurlijk (zo moeilijk ben ik nu ook weer niet) overhalen en nu hang ik er eindelijk. In de lucht, dan. Waar ik ben? Ik zit in de KDC-10, een passagiersvliegtuig dat Defensie ombouwde tot tankvliegtuig. Dit ding kan zo veel brandstof vervoeren, dat hij bijvoorbeeld negen F16’s de Atlantische oceaan over kan loodsen. Hoe dat werkt? Gewoon één voor één melden bij de grote broer, je netjes onder zijn buik manoeuvreren, de KDC10 zijn tankslang laten uithangen, je tankdop openen, bijtanken en hup, klaar ben je. Kind kan de was doen.

Enig probleempje? Het moet wel op acht kilomter hoogte en met een snelheid van 550 kilometer per uur gebeuren. Defensie doet dit al jaren, maar voor mij klinkt dat nog wat surrealistisch. Helemaal nu ik de ‘tankdop’ van de F16 heb gezien. Veel groter dan de tankdop van mijn eigen auto is het geval niet. En als ik me realiseer dat de tankslang -de ‘boom’- van dit enorme tankvliegtuig straks hoog boven de grond precies in die tankdop geprikt moet worden, begin ik me toch wel een beetje zorgen te maken. Wat als er turbulentie is? Wat als de F16-piloot zijn Red Bulletje is vergeten? Wat als de zon ons verblindt?










   In gesprek met Dieter Thomassen

'Geen zorgen’, verzekert Dieter Thomassen, pompbediende (overigens mag ik hem absoluut geen pompbediende noemen. Dieter is Boom Operator) van de KDC10 mij. ‘Het is in mijn tijd bij Defensie nog nooit misgegaan. En als er turbulentie is, dan koppelen we gewoon los.’ Maar als je dat dan doet, dan vliegt er toch brandstof de lucht in?, probeer ik nog. ‘Nee, tuurlijk niet. Dat wordt meteen geblokkeerd.’

Goed. Daar ga ik dan. Samen met Dieter zit ik achter vijf beeldschermen. Drie ervan tonen de hele achterkant van het vliegtuig, zodat we de F16’s aan kunnen zien komen. De andere twee zoomen in op de tankstaaf. Die wordt close-up gefilmd door twee camera’s, waardoor een 3d-beeld ontstaat. En ik zit dus ook met een 3d-bril op naar een naderende F16 te kijken.
     Zo ziet dat er nu uit!

Het nieuwe aan dit systeem is dat de camera’s waarmee we naar de F16 kijken zo goed zijn, dat zelfs als het tankvliegtuig een schaduw over de F16 werpt, de tankdop nog goed zichtbaar is. En er dus niet onhandig gemanoeuvreerd hoeft te worden om de zon op de F16 te krijgen. Dat scheelt tijd. En gedoe.

Daar komt de eerste F16 aan en ik kan mijn ogen er niet vanaf houden. Het is bijna onwerkelijk. Want ik zit in een afgesloten ruimte en zie het ding dus niet door een raampje. Ik hoor ‘m ook niet. Ik zie hem slechts in 3d voor me op een scherm. Bijna niet te geloven dat hij op dit moment ook daadwerkelijk vlak achter me vliegt. De F16 neemt positie in onder ons. Dieter draait wat aan zijn joysticks en hopla: contact. Er vloeien binnen no-time een paar duizend liters brandstof in de F16 en klaar. Volgende, graag. Zo gemakkelijk gaat dat. Ik geloof mijn 3d-ogen niet.

Na drie uur sta ik weer op de grond en stap nog wat verdwaasd in mijn eigen auto. Als ik tien minuten later, in stilstand, bij mijn oude vertrouwde tankstation mijn eigen wagen van brandstof voorzie, voelt dat toch wel erg gemakkelijk. En ik check nog even of mijn auto wel op de handrem staat. Tanken in beweging? Dat laat ik aan de pro’s over.

- Linda Hakeboom

0 reacties:

Een reactie plaatsen